Geschreeuwd en goedgekeurd: ‘Fuck fake’

Fuck natte broeken en fuck verkeerslichten die op oranje springen als ik eraan kom. Ik zweer het, in mijn hoofd vormde zich al een beginnende complottheorie tussen alle Antwerpse verkeerslichten die ik hier uit de doeken wou doen, tot ik besefte dat mijn brein weer deed waar het goed in is: afdwalen. Want ik wou het eigenlijk over iets anders hebben: fuck fake.

giphy-1

Ik zeg het nog eens, omdat het niet alleen lekker bekt, maar ook lekker schrijft: fuck fake. Het is de baseline van online magazine Charlie. In your face en er geen doekjes om windend. Een beetje zoals Jozefien Daelemans – bezielster van Charlie – voor een volle Pop Up Class stond vanavond, zij het met ietwat knikkende knieën in het begin. Voor niks nodig Jozefien, het verhaal van Charlie is straf en overtuigend genoeg om een hele Opera stil te krijgen. Het leek zelfs of de bussen op de Rooseveltplaats even stopten met ronken.

Ik ga het verhaal van Charlie niet herhalen, dat doet Jozefien veel beter en hey, dan had je zelf maar uit je luie zetel moeten komen. Waar ik het wel over wil hebben, is iets dat aan bod kwam tijdens de vragenronde. De clicks op de website. Waar ze vandaan kwamen en welke ‘trucjes’ Charlie gebruikte om mensen zover te krijgen hun stukken te lezen. Dat was de vraag. Charlie klokt af op zo’n 50 000 lezers in een mindere maand, 200 000 in een goede, als ik het me nog goed herinner. Mooie cijfers, dat zeker. Maar het strafste eraan: ze kwamen er allemaal doordat hun lezers de stukken zelf deelden op Twitter of Facebook. Mijn mond viel er bijna van open. Nu ja, niet helemaal, want er zat net een Pop Up Class-cupcake in. Ze waren heel lekker trouwens.

marnie-eating

Terug naar die cijfers. En hoe het voor een copywriter als mezelf, werkend in een digitaal bureau* verdomd straf zou zijn om hetzelfde effect te bereiken voor de merken waarvoor ik werk. De realiteit is dat er vandaag al een aanzienlijk bedrag achter een simpele Facebook-post moet zitten vooraleer ook maar iemand hem te zien krijgt, laat staan deelt. Dat komt deels door de commerciële slokop die Facebook vandaag de dag is, maar dat komt ook deels door de content zelf. Merken willen maar één ding: hun boodschap zo duidelijk mogelijk overbrengen. En dat staat helaas vaak gelijk aan ‘letterlijk’ overbrengen. En dus word ik meer dan me lief is, gedwongen om mijn schrijfsels om te vormen tot commerciële gedrochten. Om daarna te horen dat we er ‘toch nog wat meer budget tegen aan moeten smijten’ omdat de post in kwestie de gewenste reach niet behaald heeft. Een dikke vette ‘deeeeuh’ is op zijn plaats. Natuurlijk wordt het niet geshared of geliked, je lezers hebben er niks aan. Toegevoegde waarde: nul. Op deze manier doe je exact wat kijkers ertoe aanzet TV-reclame door te spoelen: schreeuwen (zoals Jozefien het omschreef) en daarna je hoofd omdraaien.

giphy-2

Het is iets dat merken maar niet lijken te beseffen. Ook niet als de experten die net daarom werden aangenomen, dat duidelijk proberen te maken. Want ook hier is de realiteit dat het bureau dat verantwoordelijk is voor mijn maandelijkse pay check, werkt in opdracht van een merk. En er dus financieel van afhankelijk is. Wat inhoudt dat de creatieve carte blanche die ons beloofd wordt aan het begin van project, er eentje is met beperkingen en zo al snel een carte grise wordt.

Is het dan aan die andere partij om zijn mond open te trekken? Lezers, kijkers, klanten, … ‘HEY MERK, WAKKER WORDEN! ’T WERKT NIET MEER.’ En ja, dat mag in caps lock. En dan rijst de vraag of die er nog genoeg om geven om terug te schreeuwen…

*Sorry Geert, ik weet dat je deze term niet graag hoort.

Advertenties

Hallo, hey daar of hoe gaat ie?

Ok, help, wat is het beste antwoord op een onverwachte ‘Hey’ van je Tinder-match? ‘Hallo’ klinkt misschien wat ouderwets, maar ‘hey daar’ is dan weer wat te erotisch getint. En dat kan op Tinder wel eens verkeerd geïnterpreteerd worden, als in ‘poepen?’. Not the effect I was going for.

Ik geef het toe, Tinder is een beetje een vleeskeuring, maar dan wel eentje waarbij je ongegeneerd kan ‘nopen’ als je de zoveelste gespierde, narcistische torso tegenkomt die zijn dagen vult met gewichten heffen en selfies nemen. Best wel entertainend als je wat tijd te doden hebt op het toilet. Maar nu heeft er dus eentje ‘Hey’ gezegd en is mijn feilloos systeem van lachen en naar links swipen – links is nee, rechts is ja – helemaal in de war. Ik had nooit op dat groene hartje mogen drukken, denk ik dan. Waarom heb ik dat ding überhaupt op mijn smartphone geïnstalleerd? Hoe oppervlakkig kan je zijn? Ik, die de mannen hoop te verleiden met mijn blauwe ogen bij gebrek aan een latin ass of een stel tieten die van nature uit een spleetje vertonen. Maar hey, ik geef het toe, niks zo vleiend als een sporadische match nu en dan. Kwestie van nog even te testen hoe het met die marktwaarde van mijn blauwe ogen gesteld is.

’t Is ‘Hi naam’ geworden trouwens, waarop hij nog eens ‘Hey’ zei. En toen hadden we een hotdog.

Liefde, oh liefde

“Dat je er alles voor overhebt de ander gelukkig te maken. Misschien had ze het anders moeten uitleggen. Accurater is: dat jij degene wil zijn die de ander van zijn verdriet kan verlossen. Jij, als enige. Want verliefdheid is toch vooral ambitie, de hang naar een unieke positie, met bijbehorende superkrachten die alléén jij op de ander kunt toepassen. En iets voor een ander willen betekenen is in de eerste plaats het verlangen uit te stijgen boven het gepeupel in zijn omgeving.”

uit Efter, Hanna Bervoets

Smile, you’re on Facebook.

Facebook, drie vierde van mijn dag staat dat blauwe f-icoontje prominent te wezen in één van de 37 tabbladen die ik heb open staan. Lichtjes dwingend te ‘plingen’ telkens ik een melding krijg. Nope, not a case of FOMO, maar omdat het deel uitmaakt van mijn job. Ok, misschien stiekem toch een beetje, maar dan zit ik sowieso nog in de ontkenningsfase.

Ik werk als copywriter in een online reclamebureau dat ‘de social doet’ voor een aantal grote merken. Door die constante aanwezigheid ben ik meestal vrij snel op de hoogte van dingen; de actualiteit, hilarische Buzzfeed-lijstjes, mijn tante Gerda’s laatste Candy Crush score maar helaas ook de zoveelste selfie van één of ander – ik wil leeghoofd zeggen, maar dat is misschien een tikkeltje grof. Nah, toch niet– leeghoofd waar ik ooit met gestudeerd heb. En toch heeft net dat leeghoofd een voller leven dan mij. Of ’t lijkt toch zo aan het aantal foto’s en statussen te zien. ‘Ik heb net een volledige pot Ben&Jerry’s naar binnen gewerkt uit pure miserie’ of ‘Het enige levende wezen dat ik op een heel weekend gezien heb, is mijn sanseveria’ kom je niet tegen op die muur. Nope, niks van dat. Op Facebook moet alles er shiny en happy uit zien en soms vind ik dat zo… vinger-in-mond-kotsgebaar. Is het taboe om ook bij de minder denderende momenten je smartphone boven te halen en het ding online te gooien? It seems like it, maar waarom dan? Verdriet is een even grote emotie als zijn tegenhanger en die deel je maar al te graag met je 300 en een klets Facebook-vrienden. En moet er dan ook zoiets komen als een ‘vind ik niet leuk-button’? Ik zou dan eerder gaan voor een ‘kut voor je-knop’, maar je snapt wel waar ik heen wil, toch?

Ik moet toegeven, ik heb mezelf erop betrapt dat ik er commentaar op heb als iemand z’n verdriet online uit. ‘Ik zou dat nooit op Facebook zetten’ komt er dan spontaan uit mijn mond, but then again, ik ben een opkropper als het gaat over alles wat nog maar in de buurt van gevoelens komt. Misschien is het in het geval van verdriet of welk miserabel gevoel dan ook beter om het er face to face over te hebben, niet? Hoe dan ook, misschien is dat dan mijn voornemen voor 2015, ’t mag allemaal wat minder mooi. Wat minder perfect, want let’s face it, het leven is allesbehalve perfect.